Praktijkverhalen

Hoe maken we literatuurgeschiedenis aantrekkelijk en haalbaar?

Hoe maken we literatuurgeschiedenis aantrekkelijk en haalbaar?

In Brabant-Oost onderzoeken docenten van verschillende scholen en vakken samen hoe literatuurgeschiedenis aantrekkelijker en haalbaar kan worden. In het Taal CoCreatie Lab brengen zij moderne vreemde talen en geschiedenis – en mogelijk ook kunstgeschiedenis – dichter bij elkaar.

Onderwijs anders organiseren
Voor projectleider Jacinta Timmers, docent Duits aan het Huygens Lyceum, is dit een initiatief dat al langer speelt. Eerder ontbraken vaak de financiële middelen om er echt een groter project van te maken. Binnen Onderwijsregio Brabant-Oost vo/mbo ontstaat die ruimte wel: er is budget om tijd vrij te maken, scholen te verbinden en bestaande kennis bij elkaar te brengen.

Het lab zoekt naar nieuwe manieren om goed literatuuronderwijs te blijven geven, ook als er minder docenten beschikbaar zijn. Dat gebeurt niet vanaf nul. ‘Het belangrijkste is dat het echt meer vakoverstijgend wordt,’ zegt Jacinta. ‘Er ligt op scholen al veel materiaal. Daar kunnen we slim gebruik van maken.’

Samen werken aan een gedeeld thema
Literatuurgeschiedenis wordt op veel scholen nog apart, per taalvak, aangeboden. Bij Frans, Duits en Engels komen vaak dezelfde periodes, stromingen en historische ontwikkelingen terug, maar steeds met andere teksten.

‘Het is eigenlijk een beetje onzin als we per vak elke keer hetzelfde doen. Leerlingen zien dan de verbanden ook niet. Daarom willen we de krachten bundelen en samen een vorm bedenken.’

Minder saai en stoffig
Het thema sluit aan bij de nieuwe eindexamenprogramma’s vanaf 2028, waarin literatuur en literatuurgeschiedenis meer aandacht krijgen. Maar aandacht in het programma betekent nog niet automatisch dat leerlingen er warm voor lopen.

‘De motivatie bij leerlingen is vaak vrij laag. Ze vinden literatuurgeschiedenis al snel saai en stoffig. We verwachten dat het helpt als we literatuurgeschiedenis anders organiseren: met meer samenhang tussen vakken en, waar mogelijk, tussen scholen.’

Daarom gaat het niet alleen om de inhoud van de lessen, maar ook om creatieve manieren waarop leerlingen laten zien wat ze hebben geleerd. Denk aan presentaties, exposities of andere opdrachten waarin taal, cultuur en verbeelding samenkomen.

Groot denken, klein beginnen
Tijdens de eerste bijeenkomst bedacht de projectgroep bewust vrijuit wat er mogelijk zou zijn, zonder meteen te denken in roosters, locaties of andere praktische grenzen. Dat leverde ideeën op zoals gezamenlijke kick-offs, thematische weken, workshops op verschillende scholen en zelfs ‘literatuur-Oscars’ als creatieve afsluiting.

‘Als je vraagt: bedenk iets als er geen grenzen zijn, dan komen er mooie ideeën,’ vertelt Jacinta. ‘Het klinkt soms groots en onrealistisch, maar als je goed kijkt, is er best veel mogelijk.’

Ook leerlingen denken mee. Bij een volgende bijeenkomst worden zij uitgenodigd om te reageren op de eerste ideeën. Zo ontstaat materiaal dat niet alleen vóór leerlingen wordt gemaakt, maar ook mét hen.

Eerste pilots in 2026-2027
In schooljaar 2026-2027 wil het lab minimaal twee pilots uitvoeren. Hoe die er precies uitzien, wordt nog uitgewerkt. Denk aan een gezamenlijke start op een inspirerende locatie, thematische weken, workshops of een projectmatige aanpak op meerdere scholen.

Het Taal CoCreatie Lab laat zien hoe onderwijs anders organiseren concreet vorm krijgt binnen Onderwijsregio Brabant-Oost: met een gedeeld vraagstuk, bestaande kennis en de bereidheid om samen iets nieuws uit te proberen. Scholen brengen hun praktijkervaring, lessen en ideeën in. Fontys voegt ervaring toe met vakoverstijgend en creatiever literatuuronderwijs. Radboud denkt mee als kritische tegenlezer. Vanaf schooljaar 2026-2027 krijgt die samenwerking verder vorm in pilots met docenten en leerlingen.

‘Er was echt een sfeer van: we kunnen iets gaan veranderen,’ zegt Jacinta. ‘Mensen zaten vol ideeën. Dat vond ik vooral heel mooi.’

Wie doen mee?
In het Taal CoCreatie Lab werken docenten van verschillende scholen en vakken samen:

  • Marjon van Winkelhof: vakdidactica Engels, Fontys lerarenopleiding
  • Gerard Coolen: docent geschiedenis, Huygens Lyceum
  • Miriam Strous: docent Duits, Frits Philips
  • Anna Waldner: docent Engels, Augustinianum
  • Kayathri Klomp: docent Engels, Augustinianum